Uit Vissen

Uit Vissen

Bea is op bezoek bij haar vader. Ze zijn aan het vissen.
BeaPapa, ik hou niet van vissen.
Waarom niet?
BeaOmdat het saai is.
Beaen het is heet.
BeaEn ik vang nooit iets!
Weet je? Ik ging vroeger iedere zomer vissen met je opa.
BeaEcht waar?
Hij was heel anders als hij viste.
Hij praatte veel.
BeaMaar hij was een heel rustige man !
BeaWaarover praatte hij?
eh… Over zijn leven voor hij naar Mexico kwam.
Weet je dat hij als dokter werkte in Frankrijk?
Maar zijn passie was zingen.
BeaOpa? Niet te geloven!
Ja, ik weet het
BeaPapa, heb je me uitgenodigd omdat je meer met me wilde praten?
Ja...
Je woont nu in een andere stad, en we praten niet vaak meer.
BeaWe hoeven niet te gaan vissen om te praten.
Nou, dat is goed,
want ik vind vissen ook saai.